Historie

Geciteerd naar het verhaal van Jan Ruiter


“19 juli 1944 is de feitelijke start van ons bedrijf, want toen trouwden mijn vader en moeder Jan Ruiter en Annie Botman in Grootebroek. Midden in de oorlog en toen wisten ze uiteraard ook nog niet dat de oorlog in mei 1945 zou eindigen.

Mijn vader begon met niets.


Van zijn vader kreeg hij een oude houten schuit (laadvermogen ong. 2.000 pond), en 30 bakjes aardappelen plantgoed van zijn schoonvader. Zo kon hij 2.000 rr land huren (ong 3 ha) en begon hij te telen, ook startte hij toen meteen de teelt van koolzaad, gladiolen, bloemkool, 70 rr tulpen en 50 rr irissen. Voor tulpen had hij een teeltvergunning nodig, dat je desnoods ook kon huren.

Verder teelde hij rode kool, rode bieten en uien (gele en rode), het land liet hij ploegen door een loonwerker, met een paard. De rekening werd betaald met tabak, wat hij uiteraard ook teelde. Even als tarwe, waar mijn moeder weer brood van bakte.

Lange tijd werd de omvangrijke teelt zo gedaan wat als voordeel had dat je onder andere op je eigen bedrijf een prima vruchtwisseling had.

in de zestiger jaren werd langzamerhand toch de bloemkoolteelt verder uitgebreid en de aardappelen en groenten ingeperkt, specialiseren dus. Simpel: wat het meest opbracht en waar je goed in bent, dat ga je telen.

Zo ongeveer in 1963 kwam ik als 16 jarige als volwaardige arbeidskracht in het bedrijf, en mijn broer 5 jaar later. In 1965 werd ik medefirmant en 2 jaar later werd er naar mijn wens een nieuwe schuur gebouwd van 12 X 24 meter, met plantgoedcellen erin.

In 1977 op 58 jarige leeftijd overleed mijn vader na een lang ziektebed, om deze reden werkte hij al lange tijd niet meer volop mee.

Hierop werd van mij verwacht, dat ik op tamelijke jonge leeftijd de kar trok. Rond die tijd waren we al 7 jaar met de broei van tulpen aan het experimenteren.
Eerst onder kunstlicht in cellen, en later in een zelfgebouwde kas van 130 m2.
Zo is langzaam maar zeker de broeierij en kwekerij van tulpen uitgebreid.

De kwekerij van gladiolen stopte al rond 1960, mede als gevolg van ziektes en vruchtwisselingproblemen, de teelt van irissen is heel lang een grote prioriteit geweest, hierin waren we heel goed. Ook hebben we nog een nieuw soort in de markt gebracht, “Blue Bird”.

In 1988 besloten ik en mijn broer uit elkaar te gaan, hierna ging ik met mijn vrouw Carla verder op de huidige locatie in Andijk. De omvang en teelt betrof toen 9 ha, bestaande uit tulpen en irissen. Na een jaar werd de eerste kas gebouwd voor de broei van tulpen, vanaf toen werd er doorgaans stevig geïnvesteerd in gebouwen, mechanisatie en uitgangsmateriaal.

Al snel werd door aanhoudende slechte prijzen afscheid genomen van de irissen, en vanaf dat moment voerde de tulpen kwekerij / broeierij de hoofdactiviteiten van het bedrijf. Met vele soorten probeerde ik een hoogwaardige kraam aan te houden.

Vanaf toen begon ik ook met veredelen, waar we vandaag de dag de eerste revenuen van plukken. Dit doen we met Special Rider en Radar Love, beide veelbelovende tulpen voor het kwekerij broeierij-assortiment.

In 1995 kwam Niels in het bedrijf, en in 2000 kwam Stef er ook bij. Vanaf januari 2012 hebben mijn vrouw en ik besloten uit de maatschap te treden, en gaan Niels en Stef verder op de weg die mijn vrouw en ik gelegd hebben.